Het jagen op dieren is een menselijke bezigheid die teruggaat naar het begin van de mensheid. Immers, voor bijna alle essentiële benodigdheden zoals eten, kleding en behuizing waren dieren of dierenhuiden nodig. Net als wilde dieren jaagden mensen, alhoewel met wat geraffineerdere middelen, simpelweg om in leven te blijven. Men zou dus kunnen zeggen jagen een dierlijk instinct is. Tegenwoordig is jagen niet meer nodig voor de mens. Het doden van dieren geschiedt nu voor het grootste deel voor recreatieve doeleinden. Vanwege de populariteit van de jachtsport en de potentiële invloed op natuurlijke leefomgevingen van planten en dieren, is het jachtseizoen uitgevonden. Hierbij konden jagers slechts in bepaalde seizoenen of periodes op bepaalde diersoorten jagen. Zo worden dierenpopulaties peil gehouden. Een jachttrofee is voor veel jagers het hoogst haalbare. Met name de eerste trofee is onder hen vaak de favoriet. Voor jagers is jagen vaak een sociale aangelegenheid en afhankelijk van hoe groot het dier is en hoe het is gedood, met geweer of pijl en boog bijvoorbeeld, wordt gemeten hoe succesvol de jacht was. Na de eerste trofee zijn met name grootte van het dier, de zeldzaamheid van het dier en de weerstand van een dier maatstaven waarnaar het succes van de jacht wordt gemeten. Vaak is een jachttrofee als een grote eland het hele hoofd. Schuchtere en moeilijk te vangen katachtigen worden vaak met hun hele lichaam opgezet. Deze zijn veel moeilijker te doden. Als er al heel veel herten of elanden gedood zijn, is het gewoon op slechts het gewei van de dieren op te hangen.

(Visited 141 times, 1 visits today)